PARAMARIBO — Minister Mike Noersalim van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft verklaard dat de overeenkomst met Braganza Marketing Group geen sluiproute is voor mennonieten om buiten de regels in Suriname te werken. Hij benadrukt dat iedereen zich aan de wet- en regelgeving moet houden. Noersalim geeft aan dat er geen afzonderlijke overeenkomst bestaat tussen LVV en de mennonieten.
De aanwezigheid van mennonitische landbouwgroepen in Suriname, die door Braganza worden gefaciliteerd, heeft de afgelopen maanden geleid tot maatschappelijke bezorgdheid en discussie. Bij zijn aantreden ontdekte Noersalim documenten van de vorige regering waarin besluiten over deze groep zijn opgenomen. Echter, hij heeft geen volledig dossier met een afzonderlijke overeenkomst tussen LVV en de mennonieten aangetroffen.
Volgens Noersalim heeft LVV wel afspraken gemaakt met Braganza, maar betreft het een overeenkomst met een Surinaams bedrijf over het beschikbaar stellen van landbouwgrond voor de productie van onder andere soja en maïs. Braganza heeft zich daarbij niet gepresenteerd als vertegenwoordiger van de mennonieten. Op 13 januari zijn drie samenwerkingsovereenkomsten tussen LVV en Braganza ondertekend, met een looptijd van twintig jaar. Deze overeenkomsten zijn bedoeld om de nationale voedselproductie te vergroten, de import van landbouwproducten te verminderen en Suriname sterker te positioneren als agrarische exporteur.
Braganza heeft volgens hoofddirecteur en eigenaar Ruud Souverein gebruiksrechten voor in totaal 34.185 hectare in twee gebieden. Dit omvat 10.000 hectare in Kabalebo en 24.185 hectare in het gebied voorbij Goliath, richting Tibiti. De afspraak is dat binnen een jaar tien procent van het beschikbare areaal in cultuur wordt gebracht. Braganza wil gebruikmaken van de expertise van mennonitische landbouwers voor deze projecten. Voor het project in het Tibitigebied worden mennonieten uit Belize ingezet, terwijl in Kabalebo Mexicaanse mennonieten moeten worden ingezet.
Souverein heeft ontkend dat mensen die voor de projecten naar Suriname worden gehaald illegaal in het land verblijven. Momenteel is er een groep van vijftien Belizeanen in Suriname, die telkens voor korte perioden in het land verblijven. Aangezien Belize lid is van de Caribische Gemeenschap (Caricom), hebben zij voor dergelijke korte verblijven geen visum nodig. Voor een langer verblijf en structurele inzet bij de projecten worden de vereiste administratieve procedures doorlopen. Voor de Mexicaanse mennonieten is eveneens een traject voor verblijfsvergunningen gestart.
Noersalim heeft benadrukt dat buitenlandse arbeidskrachten welkom zijn wanneer daar behoefte aan bestaat, maar dat hun verblijf en werkzaamheden uitsluitend binnen de bestaande wetgeving moeten plaatsvinden. Er kan volgens hem geen sprake zijn van een constructie waarmee immigratie-, arbeids- of andere regels kunnen worden omzeild.
Op milieugebied gelden ook voorwaarden. Voor grootschalige landbouwprojecten moeten de vereiste milieustudies worden uitgevoerd en goedkeuringen worden verkregen. Braganza heeft aangegeven dat de scopingfase van de milieueffectrapportage inmiddels bij de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) is ingediend, maar wacht nog op een reactie. Souverein heeft verklaard dat uit onderzoek tot nu toe is gebleken dat in de projectgebieden geen primair bos voorkomt en dat de landbouwactiviteiten voornamelijk in secundair bos zullen plaatsvinden.
Braganza zegt de milieuprocedures volledig te zullen doorlopen voordat op grote schaal met landbouwactiviteiten wordt begonnen. Noersalim heeft ook benadrukt dat activiteiten in primair bos niet zijn toegestaan. Bij het toezicht op de projecten zijn naast LVV ook de NMA, de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) en het ministerie van Justitie en Politie betrokken.
De formele uitgifte van grond behoort volgens de minister niet tot de bevoegdheid van LVV, maar is een aangelegenheid van het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB). Braganza heeft aangegeven samenwerkingsovereenkomsten te hebben gesloten met Witagron, Apoera, Section en Washabo, en verwacht dat de landbouwprojecten werkgelegenheid zullen creëren voor bewoners van deze gebieden.
Er bestaat echter discussie over de steun vanuit de lokale gemeenschappen. Braganza heeft aangegeven dat vertegenwoordigers van gemeenschappen in West-Suriname een petitie voorbereiden om president Jennifer Simons en De Nationale Assemblée duidelijk te maken dat zij economische kansen in de projecten zien. Granman Remon Clemens van de Kwinti heeft daarentegen publiekelijk verklaard dat hij geen overeenkomst met Braganza heeft gesloten en dat hij als hoogste traditionele gezagsdrager betrokken zou moeten worden bij afspraken die de Kwinti-gemeenschap aangaan.
De kwestie heeft niet alleen een juridische en milieudimensie, maar raakt ook aan de positie van traditionele gezagsdragers en de rechten van gemeenschappen in de gebieden waar de landbouwprojecten zijn gepland. De verhouding tussen Braganza en de overheid kwam vorige maand verder onder druk te staan nadat vanuit regeringszijde vraagtekens werden geplaatst bij de aanwezigheid en activiteiten van mennonieten in het binnenland. Braganza heeft beschuldigingen van illegaliteit weersproken en stelt dat het handelt op basis van afspraken die eerder met de overheid zijn gemaakt.
Het bedrijf heeft aangekondigd een conceptschadeclaim van 86 miljoen US dollar te hebben voorbereid vanwege het geschil met de overheid. Souverein heeft de ontstane verwarring mede toegeschreven aan gebrekkige communicatie vanuit opeenvolgende regeringen. Hij gelooft dat veel maatschappelijke onrust had kunnen worden voorkomen als de overheid vanaf het begin duidelijker had gecommuniceerd over de overeenkomsten, de rol van Braganza en de inzet van mennonitische landbouwdeskundigen.
Noersalim ziet ondanks de controverse mogelijkheden voor buitenlandse expertise in de agrarische sector, aangezien de landbouw kampt met een tekort aan arbeidskrachten en vergrijzing. Hij pleit voor een betere geografische spreiding van de landbouwproductie om de sector minder kwetsbaar te maken voor onder andere ziekte-uitbraken. Braganza wil in eerste instantie soja en maïs produceren, met prioriteit voor de binnenlandse markt, waarna export naar andere Caricom-landen en uiteindelijk naar internationale markten wordt overwogen. De start van de grootschalige productie hangt echter af van de nog lopende procedures en de verdere besluitvorming van de overheid.
Source: dwtonline.com

