Mohamed Bakarr, manager van de Integration and Knowledge Division bij de Global Environment Facility (GEF), heeft tijdens de eerste jaarlijkse Grid-conferentie in Paramaribo benadrukt dat klimaat- en biodiversiteitsoverwegingen vanaf de vroegste planningsfase moeten worden geïntegreerd in transportinfrastructuur. Volgens Bakarr is dit essentieel om economische groei te verenigen met natuurbehoud. De GEF heeft het internationale programma ‘Greening Transportation Infrastructure Development’ (Grid) opgezet om landen te ondersteunen bij deze transitie. De noodzaak voor een nieuwe aanpak is volgens de organisatie groot: naar schatting is er tot 2040 wereldwijd 95 biljoen Amerikaanse dollar aan investeringen in infrastructuur nodig. Daarnaast wordt verwacht dat er tegen 2050 wereldwijd 25 miljoen kilometer aan nieuwe wegen zal worden aangelegd, waarvan 90 procent in ontwikkelingslanden. Bakarr waarschuwt dat ongeplande infrastructuurontwikkeling kan leiden tot ontbossing, versnippering van leefgebieden, verlies van biodiversiteit en een toename van broeikasgasemissies. Bovendien wijst hij op de kwetsbaarheid van infrastructuur voor klimaatverandering, zoals overstromingen en extreme hitte. Het Grid-programma beoogt daarom niet alleen financiering te bieden, maar ook samenwerking tussen overheden, wetenschappers, maatschappelijke organisaties en financiële instellingen te bevorderen. Het programma richt zich op vijf voortrekkerslanden: de Filipijnen, Maleisië, Nepal, Oekraïne en Suriname. Deze landen moeten aantonen hoe economische ontwikkeling en natuurbehoud in de praktijk kunnen samengaan. Suriname, het gastland van de conferentie, richt zich in dit kader specifiek op havenontwikkeling langs de Surinamerivier, waarbij biodiversiteit een integraal onderdeel van de planning moet vormen. De conferentie dient als platform voor kennisuitwisseling over beleidskaders, technische instrumenten en financieringsmogelijkheden. Volgens Bakarr is het doel om de opgedane kennis om te zetten in concrete beleidsmaatregelen en praktische uitvoering. Hij stelt dat de ervaringen uit deze projecten als voorbeeld kunnen dienen voor andere landen om bij toekomstige investeringen in transport en infrastructuur structureel rekening te houden met het milieu.
Article source: De Ware Tijd | Image credit: De Ware Tijd