De Surinaamse regering handhaaft op korte termijn de brandstofsubsidies, ondanks de erkenning dat dit beleid op de lange termijn financieel onhoudbaar is. President Jennifer Simons verklaarde zaterdag in het radioprogramma Kal Aaj Aur Kal dat deze keuze noodzakelijk is om de samenleving te beschermen tegen onterechte prijsstijgingen in de detailhandel. Volgens Simons is het afbouwen van subsidies onvermijdelijk, maar hangt het tempo daarvan af van de uitvoeringscapaciteit van de overheid. Een directe afschaffing van de dieselprijs-subsidie zou leiden tot een noodzakelijke verhoging van de overheidssteun aan het openbaar vervoer en schoolvervoer. De overheid kampt echter met controleproblemen, waaronder het gebrekkige functioneren van GPS-systemen bij vervoerders, waardoor een effectieve uitvoering momenteel wordt belemmerd. Daarnaast wijst de president op het probleem van prijsopdrijving door winkeliers, die stijgende brandstofprijzen vaak aangrijpen om producten onnodig duurder te maken. Hoewel de prijscontrole momenteel niet optimaal functioneert, wordt er gewerkt aan verbetering van dit mechanisme. Om de inkomsten uit de oliesector duurzaam te beheren, wordt de wetgeving rondom het Spaar- en Stabilisatiefonds herzien. Dit fonds, dat in 2017 werd opgericht, moest voorheen royalty’s reserveren voor schuldeisers in het kader van het Value Recovery Instrument (VRI). Nu deze verplichting is vervallen, werkt de regering aan een wetswijziging die in de tweede helft van 2027 aan De Nationale Assemblée zal worden gepresenteerd. Het vernieuwde beleid rust op drie wettelijk verankerde pijlers: het Spaar- en Stabilisatiefonds, een investerings- en sociaalfonds, en specifieke fondsen voor woningbouw en gezondheidszorg. Deze structuur moet oververhitting van de economie tegengaan en transparantie waarborgen. Om de risico’s van inflatie door de komst van internationale bedrijven en buitenlandse werknemers op te vangen, zet de regering in op de versterking van de agrarische sector. Door de lokale voedselproductie te verhogen, wil de overheid voorkomen dat een stijgende vraag leidt tot schaarste en onbetaalbare prijzen voor kwetsbare groepen. De regering streeft ernaar deze projecten te versnellen zonder nieuwe leningen aan te gaan. Hiervoor is het Nationaal Ontwikkelingsplatform opgericht, een orgaan dat in overleg met maatschappelijke groepen werkt aan een meerjarig ontwikkelingsplan, de ‘Roadmap 2029-2050’.
Article source: De Ware Tijd | Image credit: De Ware Tijd